Tijdreizen

Om echt te kunnen ontsnappen zou ik in een tijdmachine willen stappen. De toekomst, daar zal alles opgelost zijn, door AI, ik ben er zeker van. Geen gedoe meer, alles wordt voor je geregeld en je kan je focussen op je ware talent. En vrouwen? Je hebt er enkel nog levenspartners, seks zal met op maat van je fantasie gemodelleerde robots zijn, als levensgrote vibrators die ook nog je klusjes doen. Zoiets ja.

En nu? Als ik zelf maar in beweging ben. Ik vreet kilometers, massa’s schrijf ik op in woorden vluchtend van…? Ach zo, gij kleine dichter, waar ben je gebleven?

Blije mensen bezoeken het retrocafé aan de vaart in Alkmaar. Zeuren is er niet toegestaan, dan betaal je anderhalve euro, dat staat er op een kaartje op het aanrecht. In het Duits, wat verder staat het ook: twee euro.

Ik download mijn stress en leg ze netjes weg.

Een man met een pet en gestreept hemd, wat niet geschikt zou zijn voor op beeld, zet zich aan het tafeltje naast me. Hij praat met een oudere Chinese dame die zich bij hem zet, ze lachen hardop. Na het bestellen van enkele Texels worden ze serieuzer, hij zegt haar iets over reizen in de tijd. Ik spits mijn oren.

“Ja, ik probeer het al heel mijn leven en nu, nu is het gelukt, ik kon via training van de geest terug in de tijd, waar ik zoals ik je vertelde op bezoek ging bij de Lemuriërs, maar nu lukt het me ook om naar de toekomst te reizen.” Ze knikt: “Een voorlopige toekomst natuurlijk, want…”
Hij vult aan: “Want wat je ziet is, wat er is zonder verdere inbreng van jezelf. Het verandert van het moment je als mens nieuwe keuzes maakt.” De dame knikt overtuigt.
“Prima, dan is je training bijna voorbij, de laatste stap die je zal moeten maken, is wat je in het nu zal doen, dat laat ik aan jou over.” Hij knikt dankbaar.

Een nieuwe klant komt binnen, een vrouw, ze bestelt een latte met havermelk en kijkt even rond, ze ziet me zitten.

“Waar ben je aan het doen?” vraagt ze nieuwsgierig.
“Ik schrijf wat, zet wat op papier voor een roman die ik wil schrijven.”
“Ben je beroemd?”
“Neen, hoor.”
“Ik wil toch je handtekening,” zegt ze enthousiast, “je weet maar nooit.”

Ik glimlach, ze is een aardige dame, nog wat jong, een dertiger in strak groen gebreid topje en met Oost-Europees accent. Zwart haar in een vorm zoals Louise Brooks had in Pandora’s Box. Ze geeft me een kaartje dat er op de bar ligt van de zaak, ik signeer het.

“En je nummer?” Vraagt ze ondeugend. Ik aarzel, en schrijf er mijn blog op, zodat ze wat avonturen kan volgen. Ze kijkt opgetogen. Enkele vrienden van haar komen binnen en roepen haar naam, Ada.
Ze draait zich nog om: “En zorg dat je beroemd wordt hé!” Ik knik, ja, zal ik doen.

Ik kijk haar na, wat een dunne beentjes heeft ze, zo’n ontzettend dunne beentjes, ze zouden onder mijn gewicht breken als een twijgje onder een oeroude eik.

Het barzitten helpt om mijn gemoed te verzachten. Ondertussen komen gewokte geuren me tegemoet. De keuken is open, het is zes uur en de Alkmaarse blonde staat koud. Schrijven is niet duur, het kost alleen drank, veel drank en soms iets zoets.

Mogelijk fragment uit Fastfoodromantics, PJ3 – roman.