Mijn naam is Bart. Niet mijn oorspronkelijke naam. Ik noteer nu op mijn website Bart S. Vermeer. Vermeer is mijn adoptienaam en die S, de letter uit mijn eerste naam: die komt van Sleuwaegen. Deze werd geschrapt na adoptie. Sindsdien had ik geen contact meer met die lijn van de familie.
In mijn adolescente jaren ging ik op zoek naar de oorsprong van die naam, naar mijn biologische vader. Ik ontmoette hem. Hij was geen monster, zoals ik meekreeg en me dacht te herinneren. Hij was wel een wat opvliegend, impulsief en melancholisch man met een moeilijke jeugd. Maar vooral, hij werd menselijk. Dat hielp in het beeld dat ik had van hem, en van mij. Daarna voegde ik de S toe. Die lange tweede achternaam wilde ik op een gegeven moment officieel toevoegen, maar dat lag gevoelig voor mijn vader – want dat is de man die mij opvoedde – en ik wilde geen wonde maken.
Nu is het gewoon de S gebleven online. Op zich maakt het niet meer uit, de erkenning van een verdwenen verleden en een eerste vader is al voldoende. Ik ga die achternaam niet blijven meesleuren, ik ben wie ik ben en verander elk jaar, ik groei en dank de vaders voor wat ze me wel en niet bijbrachten. Want de weg die ik heb te gaan is mijn weg en verschilt van de hunne, ook al maak ik weleens fouten die erop lijken, toch, ik zal er anders mee omgaan.
Ik ben Bart, een dichter, cineast, schrijver, leraar en lerende. Ik zoek en ontdek van tijd tot tijd, ik word warm van een oprecht gesprek, een echte knuffel en van mooie muziek en films en boeken, veel boeken – verzamelen dan toch. Ik moet mezelf dan inhouden om niet te overdrijven, dat heb ik wellicht van mijn eerste pa. Maar dat oer geduld, wat ik soms vervloek, dat heb ik van hem, pa twee. En dat pleasende heb ik dan weer van mijn moeder en grootmoeder, ook nog vele mooie waarden hoor, maar daar wilde ik weleens te ver in gaan. Soms is het beter niet te veel op je ouders te gelijken. Of toch enkel die krachten van hen mee te nemen die je wel vooruithelpen.
De gelijkenissen die niet helpen en die oude vastgeroeste patronen zijn waarmee je worstelt als een Hercules op het atrium der goden, die mag je schreeuwend over de rand van de afgrond gooien.
Dat tracht ik ook in al mijn wroeten, ja, het is goed geweest, merci, nu ga ik verder, ik als Bart en een ik als personage in verhalen die ik wil schrijven. Omdat vertellen over deze en gene wereld, over eilanden die er zijn of ooit hebben bestaan, over liefhebben of het althans proberen, over de taal en het schrijven en over deze mensheid en zijn niet aflatende kwaaltjes – waar ik me vaak door laat meeslepen – is wat mij doet ademen, dan kom ik af en toe boven water en adem vrij-uit.
Zo, dat is een stukje van wie ik ben, niet alles, dat valt niet neer te pennen. Tenzij in een heleboel autofictie, en dan nog is het niet helemaal ik, het is er een deel van dat er mag zijn.
Ik groet je beste lezer met al mijn kunnen, met heel mijn wezen en probeer zo authentiek mogelijk te leven, elke dag opnieuw, in fictie en in het echt. Ik zoek al heel mijn leven naar wie ik ben en ook dat – heb ik ontdekt – is een deel van mezelf.